Stegegeld

De Steeg is een stuk grond gelegen langs de Breezij in Rhenoy en behoort aan de dorpsgoederen. Vroeger reikend tot een eind over de spoorlijn en ook nog wat aan de Acquoyse kant. Toen 24 hectare groot, thans na de ruilverkaveling en verkoop 17 hectare groot. Een rijke, kinderloze vrouw, die deze landerijen in bezit had, heeft bij haar overlijden haar landgoed, de Steeg genaamd, nagelaten aan een stichting. In 1806 is een nieuw reglement voor het beheer van de Steeg opgesteld.
Jaarlijks wordt begin mei de winst van het verhuren en verpachten, zoals hierboven beschreven aan ‘echte’ Rhenoysen uitbetaald. Men behoort volgens het reglement pas tot de echte Rhenoysen als men er geboren is, 15 jaar permanent gewoond heeft of nadat men er geboren, verhuisd en daarna weer teruggekomen is en er weer een jaar gewoond heeft.
Een kopie van de notariele akte kan je hier bekijken. Hieronder kan je een paar interessante artikelen uit de akte lezen:
Art. 26
De bode doet telken jaren aan de huizen twee uiterst nauwkeurige opnemingen van het aantal aanwezige zielen. De eerste opneming zal geschieden in de laatste week van October, de andere in de laatste week van April des volgenden jaars. Ook verrigt de bode alle boodschappen welke de Administrateurs hem opleggen.—
Art. 27
Het dienstjaar begint met den eersten Mei en eindigt den laatsten April des volgenden jaars.—
...
Art. 32
Alvorens de Administrateurs de Voorste en de Achterste Steeg in het openbaar verpachten zullen zij eerst trachten de gemelde landerijen ter beweiding te geven aan zulke huisgezinnen en op zulke voorwaarden en met zulke bepalingen als in dit Reglement zijn aangeduid. De Administrateurs bepalen alzoo eerst in eene behoorlijk bekendgemaakte vergadering eene som gelds welke de rekenkundige middenevenredige is van de bunder-prijs, waarvoor twee, door elk der Administrateurs eene op te geven, nagenoeg even goede weiden, gelegen op het Hooge Veld van Rhenoy, voor den aanstaanden weitijd in het openbaar verpacht zijn; deze gemiddelde bunderprijs zal worden vermenigvuldigd met het aantal bunders, welke de gemelde landerijen groot zijn, en dit product zal met inachtneming van hetgene onder letter f. art. 33 voorkomt de som gelds zijn, welke, met inachtneming van art. 33, over het weidende melkvee per stuks vee zal worden omgeslagen in diezelfde vergadering; en deze som gelds per stuks vee is het, welke door de weiders aan den oudsten Administrateur zal voldaan worden zonder vermeerdering of vermindering dan zulke , welke door dit Reglement toegestaan wordt; eerst nadat huisgezinnen, welke weiden zouden met deze regeling en bepaling niet tevreden zijn, zullen de Voorste en de Achterste Steeg in het openbaar verpacht worden, en dan zullen allen de volgens art. 31 bevoegde personen als pachters worden aangenomen.—
...
Art. 37
De oudste Administrateur doet de rekening van het dienstjaar, waarin hij de gelden ontvangt en uitgeeft, op den eersten of den tweeden Mei van het volgende dienstjaar, op eene geschikte plaats te Rhenoy. —
Art. 38
Bij het doen der Rekening zullen de twee opnemingen art. 26 gemeld duidelijk voorgelezen worden, waarna elk belanghebbende aanmerking op dezelve hebbende dezelve aan de Administrateurs zal te kennen geven, doch waar hij niet dadelijk de gegrondheid zijner aanmerkingen bewijst zal verder op dezelfe geen acht meer behoeven geslagen te worden, en de beide lijsten zullen voor goed gehouden worden. —
Art. 39
Daarna zal bij diezelfde gelegenheid, art. 38 gemeld, door de Administrateurs met de twee in art. 38 gemelde lijsten opgemaakt worden, welke inboorlinge van Rhenoy en ook welke de ingezetenen wel niet te Rhenoy geboren zijnde, doch de jongste vijftien achtereenvolgende jaren te Rhenoy woonde bij tusschen en na die twee opnemingen tot op den laatsten April van het jongst afgeloopene dienstjaar toe te Rhenoy gewoond hebben; waarna dit uittreksel zal worden voorgelezen, en iemand aanmerking op de deugdelijkheid van hetzelve hebbende, zal de gegrondheid zijner aanmerking aanstonds moeten bewijzen, of anders zal op zijne aanmerking geen acht geslagen worden en het uitttreksel zal voor goed gehouden worden.—
Art. 40
Daarna zullen de Administrateurs in diezelfde vergadering waarin de Rekening gedaan wordt, het zuiver batig slot dier Rekening zoo na mogelijk per hoofd gelijkelijk verdeelen over degenen welker namen vervat zijn in het uittreksel, art. 39 gemeld. Het overblijvende zal in het volgend jaar verrekend worden.—
Art. 41
Zoo spoedig mogelijk na de goedkeuring van de Rekening en van den hoofdelijken omslag van het batig slot, zal de bepaling van het weigeld, art. 32 gemeld, kunnen geschieden.—
Art. 42
Op welken dag hierna de Voorste en de Achterste Steeg geschaard zullen worden, wordt bepaald door de weiders. bij meerderheid van de stemmen der weidende huisgezinnen.—
Art. 43
Het geld, hetwelke volgens Art. 40 zal genoten worden, te Rhenoy van ouds bekend onder den naam van Zielengeld zal aan de trekkende inwoners van Rhenoy uitgedeeld worden binnen de twintig dagen na het vaststellen der Rekening en de goedkeuring van den hoofdelijken omslag van het batig slot, art 41 gemeld.—
​